Welke opvallende structuur had Pachyrhinosaurus in plaats van een grote benige neushoorn?
Pachyrhinosaurus behoorde tot de ceratopsiërs en was daarom verwant aan dinosauriërs als Triceratops en Styracosaurus. Terwijl veel van zijn familieleden een opvallende hoorn op zijn neus hadden, had Pachyrhinosaurus een grote, ruwe benige rand, of nasale baas in het Engels. Het Natuurhistorisch Museum benadrukt specifiek dat Pachyrhinosaurus, in tegenstelling tot Triceratops, geen benige neushoorn had. Deze structuur werd blijkbaar tijdens het leven bedekt door gespecialiseerd weefsel. Studies van het botoppervlak wijzen op een verhoornde bedekking, hoewel de exacte uitwendige vorm niet in fossielen bewaard is gebleven. Daarom zou het eenvoudigweg plaatsen van een enorme keratineuze neushoornhoorn op Pachyrhinosaurus een te sterke uitspraak zijn - hierover bestaat geen volledige zekerheid. Er zijn verschillende soorten Pachyrhinosaurus bekend. Fossielen komen vooral uit wat nu Alberta in Canada is en uit Alaska en behoren tot het late Krijt-tijdperk. De naam Pachyrhinosaurus betekent ‘hagedis met grote neus’ – een behoorlijk passende beschrijving van zijn buitengewone schedel.
Pachyrhinosaurus had geen grote benige neushoorn zoals Triceratops, maar had in plaats daarvan een opvallende ruwe benige rand op zijn neus.


