Welke fossiele vondst geldt als directe aanwijzing dat Deinosuchus dinosaurussen at?
Deinosuchus was een gigantische krokodilachtige die tijdens het Laat-Krijt in Noord-Amerika leefde. Gezien zijn omvang is het aannemelijk dat zo'n dier grote dinosauriërs kon aanvallen. Vooral interessant is dat daarvoor ook directe fossiele aanwijzingen bestaan. Op verschillende dinosaurusfossielen zijn grote beetsporen van krokodilachtigen gevonden, waarvan sommige diep in de botten doordrongen. Vanwege hun grootte, ouderdom en de fauna die van de vindplaatsen bekend is, zijn verschillende van deze sporen met redelijke zekerheid aan Deinosuchus toegeschreven. Ook schildpadschilden vertonen vergelijkbare schade. In het huidige Big Bend National Park in Texas zijn zwaar beschadigde dinosaurusbotten met typische krokodillenbeetsporen ontdekt. De National Park Service noemt dit uitdrukkelijk als aanwijzing dat Deinosuchus riograndensis op grote dinosaurussen kon jagen of op zijn minst hun karkassen kon eten. Zulke beetsporen laten echter niet altijd zien of Deinosuchus een levend dier doodde of een al dode dinosaurus opat. Ze tonen vooral aan dat de krokodilachtige in dinosauruslichamen beet en er waarschijnlijk van at. Daarom gaat de bewering “Deinosuchus joeg aantoonbaar regelmatig op dinosaurussen” verder dan wat de fossielen werkelijk aantonen. Deinosuchus was een van de grootste bekende krokodilachtigen. Zijn precieze lengte is omstreden: oudere schattingen lagen vaak tussen ongeveer 8 en 12 meter, terwijl recentere studies voor afzonderlijke onderzochte exemplaren lagere waarden geven. Zijn uitzonderlijke grootte staat buiten kijf.
Grote krokodilachtige beetsporen op dinosaurusbotten gelden als directe aanwijzing dat Deinosuchus in dinosauruslichamen beet en ervan at.


