Hoe verschilden de tanden van de meeste Quinkana-soorten van die van veel hedendaagse krokodillen?
Quinkana was een uitgestorven Australische krokodilverwant uit de groep Mekosuchinae. Bij de meeste soorten vielen vooral de zogenoemde ziphodonte tanden op: ze waren zijdelings samengedrukt en hadden gekartelde snijranden — meer als kleine vleesmessen dan als de kegelvormige grijptanden van veel moderne krokodillen. Deze tandvorm is rechtstreeks in fossielen aangetoond. Quinkana meboldi vormde een uitzondering: de snijranden van zijn tanden waren niet gekarteld. De ziphodonte tandvorm past bij een roofzuchtige levenswijze waarin vlees daadwerkelijk kon worden doorgesneden. Het Queensland Museum beschrijft Quinkana dan ook als een vleeseter met scherpe, bladachtige tanden. Quinkana wordt bovendien vaak gereconstrueerd als een ongewone, op het land levende krokodilverwant. Fossielen uit grotten en andere anatomische kenmerken gelden als aanwijzingen voor een terrestrische levenswijze; hoe sterk die aanpassing aan het land precies was, is wetenschappelijk minder zeker dan de tandvorm. Sommige soorten Quinkana bereikten aanzienlijke afmetingen. Het Queensland Museum noemt een mogelijke maximale lengte van ongeveer 5–6 meter, terwijl populaire reconstructies soms nog grotere lengtes noemen.
De meeste Quinkana-soorten hadden zijdelings afgeplatte tanden met gekartelde snijranden; Quinkana meboldi was een bekende uitzondering zonder zulke kartels.


