Welke vinger had het grootste deel van het vluchtmembraan bij Pterodactylus?
Pterodactylus antiquus was een pterosauriër uit het late Jura. Zijn vleugels werkten heel anders dan die van vogels: een huidmembraan strekte zich uit van het lichaam tot een extreem langwerpige vierde vinger die het buitenste deel van de vleugel ondersteunde. De overige vingers bleven veel korter en hadden klauwen. Deze buitengewone eigenschap zit zelfs in de naam Pterodactylus. Het gaat terug naar de Griekse woorden voor ‘vleugels’ en ‘vingers’ – wat ‘vleugelvingers’ betekent. De eerste bekende pterosauriër werd in de 18e eeuw beschreven vanuit de beroemde kalkstenen van Zuid-Duitsland; Georges Cuvier realiseerde zich later dat het een vliegend reptiel was. Pterodactylus was geen dinosaurus, maar behoorde tot de pterosauriërs, een onafhankelijke groep vliegende reptielen. De naam “Pterodactyl” of “Pterodactyl” wordt in de volksmond vaak gebruikt voor pterodactylen in het algemeen, maar in zoölogische termen verwijst Pterodactylus naar een specifiek geslacht.
Bij Pterodactylus ondersteunde een extreem langwerpige vierde vinger het buitenste deel van het vluchtmembraan; vandaar dat de naam "gevleugelde vingers" betekent.


