Wat is er bijzonder opmerkelijk aan de bekende fossielen van Andrewsarchus?
Andrewsarchus mongoliensis is een van de raadselachtigste grote zoogdieren uit de geschiedenis van het leven op aarde. Veruit zijn volledigste en belangrijkste fossiel werd in 1923 in Binnen-Mongolië ontdekt: een enorme schedel van ongeveer 83 centimeter lang. Recentere publicaties noemen daarnaast slechts enkele andere kaakfragmenten en tanden; botten van de rest van het lichaam die met zekerheid aan Andrewsarchus zijn toegeschreven, ontbreken nog altijd. Dat betekent dat de bekende afbeeldingen van het hele lichaam van Andrewsarchus noodzakelijkerwijs reconstructies zijn. Schouderhoogte, lichaamslengte, poten en lichaamsbouw zijn afgeleid uit de schedel en uit vergelijkingen met vermoedelijk verwante zoogdieren. Het American Museum of Natural History gaf in een oudere reconstructie een schouderhoogte van ongeveer 1,8 meter en een lichaamslengte van 3,5 meter. Zulke schattingen gelden nu echter als zeer onzeker, omdat er geen botten van de romp of ledematen zijn gevonden en de inzichten over zijn verwantschap zijn veranderd. Ook de taxonomische indeling van Andrewsarchus is lange tijd anders beoordeeld. Vroeger gold hij als een reusachtige mesonychide. Recentere analyses plaatsen hem echter bij de verwanten van de evenhoevigen; een studie uit 2023 wijst op een nauwere verwantschap met de uitgestorven entelodonten. Door het onvolledige fossiele materiaal blijft zijn precieze plaats in de stamboom onzeker. Juist daarom is voorzichtigheid geboden bij uitspraken als “het grootste roofzuchtige landzoogdier aller tijden”: niet alleen zijn lichaamsgrootte, maar ook zijn precieze voedingswijze moet worden gereconstrueerd voor een dier dat vrijwel uitsluitend bekend is van schedel- en tandmateriaal.
Een schedel van ongeveer 83 centimeter lang is veruit het meest complete fossiel van Andrewsarchus; van de rest van het lichaam zijn geen botten bekend die met zekerheid aan hem zijn toegeschreven.


